Ooit gaf ik een gastles economie. Het was een brave havo-3 klas. Van mij mogen de scholieren altijd zelf een onderwerp kiezen. De meeste klassen gaan daar prima mee om. Mits voldoende concreet (‘Doet u mij de financiële crisis maar’ komt niet door de controle. Terzijde, migratie is het meest gekozen onderwerp, bij alle schooltypen), levert dat doorgaans een geanimeerde discussie met de klas op.

In de bewuste havo-3 klas wilde het wat minder snel op gang komen dan bij andere klassen. Maar plotseling stak Henk achter in het lokaal zijn vinger op. Meneer, kunnen we analyseren wat de gevolgen van milieumaatregelen zijn op de grootte van veehouderijen?

Daar was (zelfs) ik even stil van. “Waarom wil je dit weten?”, vroeg ik. Henk begon aan een gloedvol betoog waarom dit belangrijk was, niet verrassend, gebaseerd op zijn eigen ervaring thuis. Samen met de rest van klas gingen we vervolgens bezien waarom dit een boeiende vraagstuk was, hoe je het kon analyseren, wat de mitsen en maren waren van verschillende milieumaatregelen en hoe boeren en veehouders daar het beste mee om kunnen gaan. En dat was ruimschoots voor de trekkers op het Malieveld.

Het onderwerp van de les was strikt gezien geen examenstof voor havo. Toch denk ik dat de scholieren die les veel geleerd hebben waar ze ook in hun examen voordeel van hebben. En misschien ook erna.

Ze zien dat economie over alledaagse onderwerpen gaat en dat vrijwel geen enkel onderwerp te ‘exotisch’ is . In een vmbo-klas deed ik een keer een economische analyse van het businessmodel van ISIS. Als grap geopperd door een van de wijsneuzen, maar de discussie was zinvol. In een vwo-klas analyseerden we de impact van de wapenwet in de VS op de grensgebieden met Canada. Het kan allemaal, met een beetje fantasie en goede wil.

De leerlingen leren ook dat sommige begrippen die ze in de lesstof gehad hebben gehad en die ze mogelijk als wat abstract en droog percipiëren, gewoon elke dag in hun eigen leven voorkomen. Dat is winst want de volgende keer dat zo’n begrip langskomt denken ze “Oh ja!”

En passant leren ze holistisch te denken. Politieke, ethische, psychologische en economische argumenten worden verweven; vaak nodig om tot een zinvol antwoord op een maatschappelijk vraagstuk te komen. Het is een groot misverstand te denken dat leerlingen al een bepaald niveau moeten hebben hiervoor. Het gaat net zo makkelijk op het vmbo als op de universiteit, soms zelfs makkelijker omdat de leerlingen nog niet geperverteerd zijn door de naargeestige Hollandse hokjesgeest.

Waarom begin ik dit stuk met Henk? In de pauze kwam de verblufte docent, die ook gewoon bij de les aanwezig was geweest, op mij af. “Alsjemenou! Henk heeft het hele jaar zijn mond nog niet open gedaan. En wat hij zei was ook nog eens heel slim!” Wat bleek later? Deze docent stelde zijn leerlingen ook nooit vragen. Ja, dan doet Henk zijn mond niet open. En kom je er ook nooit achter hoeveel goud er in die leerlingen verstopt zit, beslist ook op het vmbo.

Elke docent met een beetje moed en goede wil kan dit. Niet elke les, maar als afwisseling. Gewoon proberen. Als bonus krijg je dat leerlingen economie nog leuk gaan vinden ook. Gekker moet het niet worden!